“Ónze palmolie behoort tot het plaatje van de toekomst” – gesprek met CEO van Sipef

Groeiende vraag op een beperkt aanbod. Er zit toekomst in palmolie en het Belgische Sipef kan daar, behorend tot de relatief kleine groep aan écht duurzame producenten, voluit op inspelen. Beurswereld.com ging in gesprek met CEO François Van Hoydonck van de beursgenoteerde plantagegroep.

Sipef produceert ook rubber, thee, bananen en bloemen maar vooral met palmolie staan of vallen de resultaten van het bedrijf. De plantages bevinden zich voornamelijk in Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea.

Belangrijkste nieuws en interviews in mailbox

Palmolie wordt gebruikt in shampoos, margarine, chocopasta, biodiesel, … In welke toepassingen voor palmolie zien jullie het meeste toekomst?

Duidelijk niet meer in biodiesel, zeker wel in voeding en cosmetica. Alles samen genomen voorzien we een jaarlijkse groei in de vraag van 3 à 4 procent.

Meer dan 30 procent van palmolie verdwijnt vandaag in biodiesel. 6 miljoen ton daarvan is voor Europa. Dat is eigenlijk een volume dat zou verdwijnen tegen 2030, wegens regelgeving. Maar dat kan tussentijds nog enkele jaren stabiel blijven hoor. Zuidoost-Azië consumeert er steeds meer van, bijvoorbeeld via het B30 biodieselmandaat in Indonesië. Dat blijft zeker nog een hele tijd, ze spreken nu van B40 [met 40 procent palmolie]. Ze willen eigenlijk zoveel mogelijk ruwe olie door palmolie uit eigen land vervangen. Ook in Maleisië zien we gelijksoortige evoluties. Biodiesel zal nog minstens 10 jaar daar zijn, maar zal daarna geleidelijk afnemen.

De behoefte aan vetten in voeding blijft dan weer stijgen. Palmolie is daarin het meest efficiënt qua productie. Het brengt tussen de 5 à 10 keer meer op dan competitieve oliën, zoals raapzaad of soja, op een zelfde oppervlakte, en is daardoor ook goedkoper. Het is voor voeding een makkelijk, handig product dat lang stabiel blijft én het werkt goed. Het enige nadeel is dat het meer verzadigd is dan de plantaardige concurrenten, dus qua hart- en vaatziekten is het iets minder positief.

Voor cosmetica zien we het als een zéér belangrijk product, omdat het zo lang kan behouden blijven. Een lipstick houden mensen soms jaren aan, dat is voor de concurrerende producten moelijk te bereiken. Er is duideliijk meer vraag naar shampoos, zepen, cosmetica,… Vooral buiten Europa is er een sterk groeiende vraag naar palmolie voor die producten.

Er is natuurlijk discussie over ontbossing maar de gecertificeerde producenten, zoals wij, kunnen met het hand op het hart zeggen dat ze op dat vlak goed zitten. Deforestation zat ook bij ons, maar nu amper nog.

Het is toch zonde dat jullie in Europa zo worden opzijgeschoven ondanks jullie inzet qua duurzaamheid, met onder meer de RSPO-certificaten voor heel jullie productie.

Wij hebben hard geprobeerd om het concept duurzame palmolie te introduceren in Europa. Maar ze willen het onderscheid niet maken tussen duurzame, traceerbare palmolie en de andere groep aan fabrikanten. Dat heeft veel te maken met een zeer sterke boerenlobby. Er is voldoende duurzame palmolie om de Europese markt te bevoorraden, maar het is een goedkoper product dan de raapzaadolie van de Europese boeren, waardoor zij concurrentieel kwetsbaarder zouden zijn. Maar op het einde van de weg zal biodiesel hélemaal niet meer uit plantaardige oliën bestaan denk ik, ook niet uit raapzaak, alleen uit afsvalstoffen uit bijvoorbeeld restaurants.

De groep aan gecertifieerde duurzame producenten is beperkt. Welk voordeel halen jullie daaruit, ondanks de tegenkanting van Europa.

Wij worden wel degelijk financieel vergoed voor onze palmolie. Er is een premie per ton voor de duurzame variant. Als de palmolie duurzaam en traceerbaar is tot op de palm, dan gaan de premies tot 30 à 35 dollar per ton. Dat is toch best noemenswaardig.

Er wordt verder meer en meer druk gezet vanuit grote voedselproducenten zoals Nestlé, Unilever, Mars, … Zij tonen de consument van waar de palmolie komt, tot op de fabrikant en plantage. Dat is zeer transparant en maar een beperkt aantal producenten komt in aanmerking en strijkt die bonus op. Momenteel voldoet ongeveer 20 procent van de producenten wereldwijd aan die duurzaamheidsnormen via de RSPO-certificaten en komt zo de bovengenoemde sustainable supply chain binnen. Dat lijkt niet veel maar het gaat over ongeveer 15 miljoen ton, op 73 miljoen, met de sectoren van cosmetica en voeding die zich een premie voor kwaliteitsvolle palmolie kunnen veroorloven. De niet-duurzame palmolie komt eigenlijk het Westen bijna niet meer binnen.

Wij zien de grote afnemers in de toekomst hun leveranciers in aantal verminderen, minder maar wel omvangrijkere lijnen om de controle beter te behouden. Mars bijvoorbeeld heeft zijn aantal aanvoerders verminderd met twee derde. In die supply chains moet je zitten en we hebben er alle vertrouwen in dat wij hier blijven bijhoren.

Hoe staat het met de uitbreidingen van jullie productie voor de komende jaren, afgezet tegenover het totale areaal?

Er zit veel in de pipeline, we zijn dus gelukkig nog altijd in de mogelijkheid om verder uit te breiden. Het gros van de aanplantingen zijn gebeurd, een deel moet nog volgen de komende jaren. Zuid-Sumatra willen we uitbouwen naar 25.000 tot 30.000 hectaren. We hebben op dit ogenblik 83.000 hectare geplant, daarvan is 13.000 nog immatuur en er komt nog 5.000 bij.

Efficiëntieverbeteringen zijn bovendien ook zeer belangrijk, daar zal nog veel op ingezet worden. Momenteel hebben we eveneens het effect van te weinig bemeste gronden. Kleine boeren zagen daar het nut niet van na de lage prijzen van afgelopen jaren. Dit is nog een opportuniteit voor verbetering op korte termijn.

Daarnaast zit er eigenlijk een moratorium op vlak van te ontwikkelingen land voor palmolie. Wereldwijd beperkt dit de groei in productie voor de toekomst. Er komen geen concessies meer bij.

In 2019 hadden jullie pech met vulkaanuitbarstingen en bijgevolg zware schade aan plantages. In hoeverre moeten we rekening houden met nieuwe van zulke calamiteiten?

Het was ongeveer 50 jaar geleden dat we nog een dergelijke uitbarsting hadden. Dat wil niet zeggen dat het volgend jaar niet weer kan gebeuren, maar de kans is vrij klein. We doen aan constante seismologische opvolging. Op dit ogenblik houdt die vulkaan zich rustig, we horen haar niet meer noemenwaardig rommelen. Maar we zitten in 2021 en beperkt in 2022 nog steeds met een verlies aan capaciteit. Volgend jaar loopt dat nog altijd op tot 5 miljoen dollar. De palmen staan er nog maar ze zijn dermate beschadigd dat het minstens twee jaar duurt om de bladvorming terug compleet te krijgen en vruchten te laten vormen.

Eigenlijk zien we in de toekomst een groei in de vraag op een beperkt aanbod, met hogere prijzen tot gevolg. Mooi vooruitzicht toch?

Absoluut. Er zijn wat concessies die we nu nog mogen aanplanten en dan is het gedaan. Daarna is het een kwestie van consolidering, grotere groepen en efficiëntieverbeteringen. En dat terwijl de vraag naar plantaardige oliën in het algemeen jaar na jaar stijgt door de stijging van de welvaart en veranderende eetpatronen. De groei in vraag stijgt 3 à 4 procent per jaar. De droogte van 2019 heeft daarenboven gezorgd voor de laagste stocks in palmolie in 4 jaar, die moeten ook worden aangevuld.

Als we de prijsevolutie van palmolie op de aandelenkoers van Sipef leggen zien we doorheen de jaren een vrij grote correlatie. Maar sinds een half jaar steeg de prijs van palmolie stevig van iets meer dan 515 dollar per ton naar richting de 900 dollar terwijl de aandelenkoers van Sipef amper reageerde. Hoe interpreteert u die achterblijvende beurskoers?

De palmolieprijs schiet inderdaad omhoog en dat is zeer snel gegaan. Tot mei hadden we nog een serieuze dip. Sipef ging vanaf dan even mee maar daar stopte het.

Ik zie hier verschillende redenen voor. Wij zitten ten eerste in volle expansie, veel aangeplante hectaren brengen nog niets op maar worden wel meegenomen in de berekeningen van opbrengst per hectare. De komende jaren zullen we een sterke stijging zien in rentabiliteit ten opzichte van de beplante oppervlakte. We zitten in een fase waar het geld is geïnvesteerd, de werken zijn uitgevoerd, de planten in de grond zitten… maar de winst gaat nog niet omhoog en we hebben in onze resultaten enkel de negatieve contributies. Heel de Zuid-sumatra expansie bijvoorbeeld, Dendymarker dat we gekocht hebben in 2017.

Als we morgen zouden stoppen met expansie en gewoon opbrengsten putten uit mature aanplantingen dan zal dit mooi in lijn komen met de palmolieprijs.

Er wordt bij ons bovendien heel wat vooruit verkocht dus we zien de resultaten van de hogere prijzen natuurlijk maar later op het jaar. Met het verwachte resultaat voor dit jaar  zitten we nog steeds aan een koers-winst rond de 40, hoog dus. In 2021 zitten we al rond de 20 met de gunstig geëvolueerde palmolieprijzen.

Voor dit jaar rekenen jullie op een resultaat van 10 tot 15 miljoen euro. Kunnen beleggers na een dividendloos jaar terug op een winstuitkering rekenen?

Zeker en vast. Wij zijn van plan om weer 30 procent van ons resultaat uit te keren, onafhankelijk van de cash flow.

Ackermans & Van Haaren is een stevige grootaandeelhouder (bijna 35 procent). Hebben jullie veel steun aan hen?

Zij vormen een combinatie met de familie Bracht om de controle te houden. Zij geven veel stabiliteit en bescherming naar shorters en vijandige overnames toe.

Ackermans zit wereldwijd en kan ons ook heel wat kennis en expertise verschaffen die ons kan helpen, onder meer met mensen als Luc Bertrand of Tom Bamelis. Zij hebben een brede kijk op business in het algemeen.

Naar funding toe is het ook interessant als er een bedrijf als Ackermans achter je staat, én je voor hen deel uitmaakt van de core business.

Wat zijn volgens u dé redenen voor beleggers om in te stappen in het aandeel van Sipef?

Wij zitten in een sector met een sterke groei door de bevolkingsstijging, de verbetering van de voeding en de eetpatronen en een algemene stijging van de vraag naar oliën en vetten. Palmolie is het meest efficiënte van alle plantaardige oliën en daarom het best geplaatst om daaraan te beantwoorden. Het is 5 tot 10 keer efficiënter en dus goedkoper dan concurrenten als soja en raapzaad. De komende 10 jaar kan het zo de voornaamste plantaardige olie worden om de wereld te voeden.

De zorgen die gesteld worden inzake expansie worden beantwoord door de sterke focus op duurzaamheid. De vraagtekens worden dus beantwoord. Wij staan in de ranking helemaal bovenaan, bij de top 20 duurzame spelers van de sector.

Daarom zou Sipef hoger moeten noteren dan waar het vandaag staat. De expansie zal de komende jaren in de resultaten te zien zijn. Wij passen niet meer in het plaatje van het verleden met ontbossing, met uitbuiting, zaken waar de moderne investeerder zich niet langer wil mee inlaten. Neen, Sipef past momenteel echt in het plaatje van de toekomst.

Volg ons via Facebook,  twitter of 

Lees de andere gesprekken/interviews hier.
Foto’s: Sipef, François Van Hoydonck

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s